Begin december stond Filip Top uit Aartselaar op de top van de Kilimanjaro, met bijna 6.000 meter de hoogste berg van Afrika. Geen wedstrijd, geen tijdsdruk van buitenaf, maar wel een intense persoonlijke uitdaging: een beklimming met minimale ondersteuning en met zichzelf als grootste tegenstander.
Foto’s: Filip Top
“Ik wou deze poging zo puur mogelijk doen”, vertelt Filip, die eerder al de Manaslu en verschillende andere bergen beklom. “Mijn idee was: alleen gaan, met minimale support in de kampen. Water en soep, voor de rest zelfvoorzienend zijn.” Helemaal solo mocht het uiteindelijk niet: wie de Kilimanjaro beklimt, moet verplicht begeleid worden door een gids. “Die bleef bewust achter mij. Zo kon ik mijn eigen tempo en ritme volgen.”
Zware voorbereiding
De tocht naar de top begon al maanden eerder, met een voorbereiding die allesbehalve vanzelfsprekend was. Tijdens een gezinsvakantie in de zomer liep Filip een knieblessure op na een val van zijn SUP-board. “Mijn ligament was geraakt en er kwam een zware ontsteking bij kijken. Een tijdlang mocht ik niet lopen of klimmen.”
Pas eind september kon hij opnieuw voorzichtig beginnen trainen. De maanden nadien trok hij elk weekend naar de Ardennen en maakte hij vele uren op de loopband. “Dat woog, ook op het gezin, maar iedereen was heel begripvol. Dankzij goede kine en sportbegeleiding zou het haalbaar moeten zijn.”
Nachtelijk vertrek, hoog en koud
In december trok Filip naar Tanzania. Via de Marangu-route, beter bekend als de ‘Coca-Cola route’, ging hij de Kilimanjaro te lijf. Zijn plan was om ’s avonds te vertrekken en tegen zonsopgang de top te bereiken. “Je werkt daar met gates die sluiten. Mijn oorspronkelijke timing kon niet, dus moest alles worden bijgestuurd. Zonder mijn vrienden, die de organisatie daar goed kennen, was dit nooit gelukt.”
Na acht dagen acclimatisatie begon de echte poging. De eerste kilometers tot aan Kibo Hut, op 4.700 meter, verliepen relatief vlot. “Het pad is goed begaanbaar en de helling valt mee. Ik had wat last van mijn maag, maar niets alarmerends.”
Daarna volgde het zwaarste stuk: de lange klim naar Gillman’s Point en verder over de kraterrand naar het hoogste punt. In temperaturen tot min vijftien graden en met steeds minder zuurstof.
“Daar ben ik heel diep gegaan”, zegt Filip. “Mijn denken was niet meer zuiver. Het pad verdween en werd een rotspartij. Met vier lagen kledij en mijn horloge volledig verstopt, verloor ik mijn oriëntatie. Mijn evenwicht was zoek, een beetje alsof je dronken bent.”
Op meer dan 5.000 meter kwam ook de mentale strijd. “Het was aan het schemeren en je ziet die wand, maar die komt maar niet dichterbij. Ik heb me even moeten neerzetten en was boos op het hele idee.” Aan Stella Point, ijskoud en volledig uitgeput, stond hij zelfs op het punt om om te keren. “Ik zat op no speaking terms met mijn gids, maar zijn steun heeft me er uiteindelijk door gesleurd.”
Ben je niet moe?
Na de top volgde nog een lange afdaling langs de andere zijde van de berg. Tot aan Barafu Camp op 4.673 meter hoogte betreft het een steil stuk met veel los gesteente. “Dat eerste deel is een stuk vol steenpuin waar je, mits wat ervaring en durf, kan schuiven om sneller te dalen. Daarna volgt een zeer lange afdaling naar de gate op 1.800 meter.”
Bij die gate stond kameraad Wim te wachten met een frisse pint. De missie was geslaagd. Filip deed uiteindelijk zo’n dertien à veertien uur over de klim en was in totaal achttien uur onderweg.
“In het hotel volgde nog een kleine viering, met zang en dans zoals dat in Afrika vaak gaat. Later zat ik aan het zwembad te bekomen toen iemand vroeg: ‘Ben je eigenlijk niet moe?’ Toen besefte ik pas hoe lang ik al wakker was. De adrenaline had alles overgenomen.”
Op naar meer
Voor Filip was deze beklimming, net als eerder de Manaslu, vooral een persoonlijke check. “Hoe ver kan ik mijn eigen limieten drijven?” Volgende plannen liggen al klaar: de Aconcagua, de hoogste berg van Zuid-Amerika, wil hij écht solo beklimmen. “Daar is de traditie net omgekeerd: zonder gids.”
En op langere termijn droomt hij zelfs van de Everest, gecombineerd met Lhotse. “Een bergrug verbindt de twee hoogtekampen, maar die liggen op 8.000 meter. Velen proberen het, weinigen slagen. Het juiste moment en het juiste weer zijn cruciaal.”
Eén ding staat vast: Filip heeft zijn limiet nog niet gevonden, en zijn laatste top nog niet bereikt.













