Op 16 juli viert WZC Den Beuk in Boom feest. Dan wordt Marcel Vereycken 105 jaar en daarmee is hij met voorsprong de oudste inwoner van Boom. “Ik heb geen speciale wensen meer, maar de dagen en jaren die ze mij nog geven, pak ik met twee handen aan.”
Tekst: Patrick Poppe – Foto: Marcel Vereycken
Elk jaar in juli staat Marcel tegen wil en dank in de schijnwerpers wanneer er weer een jaartje bijkomt. Opvallend gezond en kwiek van geest laat hij het allemaal rustig op zich afkomen. “Mijn geheim om zo oud te worden? Blijven ademen hé, blijven ademen want de eerste 100 jaar zijn de moeilijkste: dan gaat het vanzelf.”
“De eerste 100 jaar zijn de moeilijkste.”
Van het verzet naar Gevaert
Marcel, afkomstig uit Schelle, werd in juli 1921 als oudste geboren in een gezin van elf kinderen. “Twee kindjes hebben we jong moeten afgeven, maar alle anderen zijn gezond oud geworden”, vertelt hij. “Je zou denken dat dat een hele bende was, maar dat viel goed mee. Ondanks dat we met elf kinderen waren, was het thuis rustig en stil. Aan tafel mochten we zelfs geen woord zeggen terwijl vader rustig de gazet las. Op een bepaald moment kocht hij wel een radio met antenne. Eindelijk wat lawaai in huis.”
Na een klassieke humaniora en studies wijsbegeerte ontsnapte Marcel als werkweigeraar aan deportatie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij sloot zich wel aan bij de verzetsbeweging l’Armée Secrète, waar hij onder een schuilnaam verschillende acties uitvoerde. Na de oorlog leek een carrière in het onderwijs voor de hand te liggen, maar uiteindelijk koos hij voor de chemische industrie en voor ‘de Gevaert’ in Mortsel.
“Ondanks dat we met elf kinderen waren, was het thuis rustig en stil.”
“Dat waren fantastische tijden. Er was ruimte voor plezier en we deden onze goesting. Op een bepaald moment kwam koning Boudewijn op bezoek in de fabriek. Hij vroeg aan onze CEO hoeveel mensen er werkten. ‘Ik schat zo’n vijftig procent’, antwoordde die.”
Marcel was verder actief als secretaris van de geschiedkundige studiegroep Ten Boome en zetelde twaalf jaar lang, van 1977 tot 1989, in de OCMW-raad. Samen met Armand Schoeters schreef hij bovendien het boek De lange weg naar waardigheid.
42 nakomelingen
Intussen had hij ook zelf een christelijk en kroostrijk gezin gesticht, met acht kinderen. Die zorgden op hun beurt voor negentien kleinkinderen en vijftien achterkleinkinderen.
“We hebben veel geluk gehad met onze kinderen, allemaal brave kinderen. We hadden een eigen ziekenhuis kunnen starten want er zijn dokters bij, mensen met een internationale carrière, een verpleegkundige, een ingenieur, een advocaat en een wiskundige. En ik? Ik zou natuurlijk ‘den directeur’ geweest zijn.”
Een goed boek en cava
Op zijn gezegende leeftijd heeft een mens niet veel meer nodig. Met een goed boek doe je hem vandaag nog het meeste plezier.
“Ik kijk nooit tv. Ik lees veel liever. Ooit heb ik één boek van Aspe gelezen. Goed geschreven en vlot leesbaar, maar na twintig bladzijden ging het al over overspel en tien bladzijden later lagen ze in een hotelkamer. Daar moet ik allemaal niets van weten”, lacht hij. “Ik lees liever andere dingen. Zo heb ik onlangs nog Alkibiades van Pfeijffer gelezen. Een schitterende historische roman over de Griekse geschiedenis. Hoe hij al die Griekse schrijvers en verhalen samenbrengt: fantastisch.”
“Champagne hoeft voor mij niet. Een cava is al meer dan goed genoeg.”
105 worden betekent intussen ook dat er records in zicht komen. Of hij de oudste inwoner van het land wil worden? “Dat record stond op naam van een vrouw, maar zij is in april overleden op haar 110e. Hoeveel jaar ik er zelf nog wil bij doen? Kijk, ik ben tevreden met wat ik al gekregen heb. En alles wat ze mij nog geven, pak ik met twee handen aan, zeker zoals ik mij nu voel. En nee, champagne hoeft voor mij niet. Daar ben ik niet zo zot van. Een cava is al meer dan goed genoeg.”




